Gebrek aan opvolging grootste uitdaging bij reductie psychisch verzuim
Waar iedereen wacht gebeurt niets

Rob Wilders en Petra de Boer, oprichters van NLT Lab
Het begint vaak klein. Een medewerker meldt zich ziek met mentale klachten. Niet spectaculair. Geen drama. Gewoon iemand die aangeeft dat het niet meer lukt. De eerste dagen zijn onwennig. Er wordt gedacht, gewacht en geschoven. De leidinggevende wil ruimte geven, HR kijkt naar het protocol, de bedrijfsarts wordt ingeschakeld en de zorg komt later. Iedereen bedoelt het goed. En toch gebeurt er iets opvallends: er gebeurt niets. De medewerker wacht op een teken van de organisatie. De organisatie wacht op advies van de bedrijfsarts. De zorg wacht op rust en stabiliteit. En zo zit iedereen op elkaar te wachten.
Uit zorg om geen druk te zetten, stuurt een manager geen bericht. De medewerker denkt dat hij dit eerst zelf moet oplossen en trekt zich terug. De bedrijfsarts zegt dat het even pas op de plaats is. Na verloop van tijd wordt de psycholoog ingeschakeld. Er volgt een intake en een behandelplan, vaak tien sessies in drie maanden. Context met het werk ontbreekt. De werkgever denkt dat dit nu zorg is, de zorg denkt dat dit werk is. Ondertussen verstrijken weken, soms maanden. De klachten nemen toe, het verhaal verhardt en de afstand groeit. Herstel strandt zelden op onwil. Het strandt op gebrekkige opvolging.
Wie is de eigenaar van het herstel?
In vrijwel elk burn-outtraject zien wij dezelfde drie actoren: de mens zelf, de organisatie en de zorg. En bij alle drie kan opvolging ontbreken, ieder om andere redenen. De mens in herstel is vaak uitgeput, onzeker en bang voor de gevolgen. Bang voor baanverlies, bang om als zwak te worden gezien, bang om het verkeerde te zeggen. Vanuit zelfbescherming zegt iemand weinig, wacht af of verdwijnt even uit beeld. Niet uit onwil, maar omdat de regie ontbreekt. De organisatie handelt voorzichtig. Uit angst om iets verkeerd te doen, uit onzekerheid over wat wel en niet mag, uit respect, maar ook uit handelingsverlegenheid. Contact wordt uitgesteld en initiatief wordt doorgeschoven. Juist de eerste weken, waarin nabijheid en erkenning cruciaal zijn, verlopen zonder richting. De zorg richt zich terecht op klachten en behandeling, maar kan geen regie voeren over werkcontext, relaties of organisatiecultuur. Behandeling start, maar opvolging in de bredere context blijft uit. Therapie wordt onbedoeld een vervanging van opvolging, terwijl dat nooit de bedoeling is. Zo ontstaat een niemandsland. Een grensgebied tussen zorg en werk. Een gebied waar iedereen betrokken is, maar niemand eigenaar van is.
Wat niet uitput, behoeft geen herstel
Onze visie begint eerder dan het moment waarop de eerste tekenen van mentale overbelasting zich aandienen. Preventie is daarbij geen codewoord, maar een uitgangspunt. Wat niet is uitgeput, hoeft ook niet te herstellen. Wachten tot iemand vastloopt of zelf om hulp vraagt, is geen preventie. Tekenen van mentale overbelasting kunnen vaak al eerder worden herkend en opgepakt. Door proactief te meten, te signaleren en het gesprek op tijd te openen, kan uitval vaak worden voorkomen. Preventie vraagt daarom om beweging vóórdat het stokt. En als uitval toch plaatsvindt, vraagt het om herstelzorg die opvolgt. Niet afwachtend, maar aansluitend.
Burn-out is geen psychische stoornis
Wij gaan uit van het standpunt dat burn-out geen psychische stoornis is. Het is een disbalans tussen de mens en zijn omgeving. Niet iets wat stuk is in iemand, maar iets wat vastloopt in de context waarin hij functioneert. Werkdruk, verwachtingen, loyaliteit, verantwoordelijkheidsgevoel, privésituatie, organisatiecultuur en tempo spelen daarin samen. Burn-out ontstaat in die wisselwerking. Herstel vraagt daarom meer dan behandeling alleen. Het vraagt herstel van samenhang. Daarom geloven wij niet in oplossingen die uitsluitend individueel, organisatorisch of zorggericht zijn. Herstel ontstaat pas wanneer deze drie met elkaar verbonden worden en het geheel proactief wordt opgepakt.
De impact van niets doen
Wat vaak wordt onderschat, is de impact van niets doen. Van wachten. Van stilte. Wachten lijkt veilig, voorzichtig en correct, maar wachten heeft gevolgen. In stilte groeien aannames, in afwezigheid ontstaat afstand en in onduidelijkheid nemen angst en onzekerheid toe. Wat begint als een tijdelijke disbalans, kan zo verharden tot langdurige uitval. Niet omdat herstel onmogelijk is, maar omdat opvolging ontbreekt op de momenten die ertoe doen. Herstel vraagt beweging. Niet hard. Niet snel. Maar wel gericht.
Niet blijven hangen in de dag van gisteren
In onze praktijk kiezen wij bewust voor een oplossingsgerichte benadering. Dat betekent dat we niet blijven analyseren wat misging en niet eindeloos graven in oorzaken. In plaats daarvan richten we ons op de toekomst. Op hoe iemand verder wil, wat al werkt en waar ruimte zit voor beweging. We onderzoeken welke kleine stappen vandaag mogelijk zijn en wat die stappen betekenen voor morgen. Door te focussen op wat wél lukt, ontstaat vertrouwen en energie. Niet door het probleem centraal te zetten, maar door perspectief te creëren. Juist die kleine, haalbare stappen hebben vaak een grote impact op herstel, werkbaarheid en duurzame terugkeer.
Technologie pakt niets op
We zien tegelijkertijd een toenemende neiging om opvolging over te dragen technologie. Apps die vragen hoe je je voelt, dashboards met grafieken, signalen die worden gemeten, geregistreerd en opgeslagen. Technologie kan ondersteunen, maar technologie pakt niets op. Een app vraagt, maar luistert niet. Een meting signaleert, maar neemt geen verantwoordelijkheid. Herstel vraagt geen extra datapunten. Het vraagt menselijke opvolging op het moment dat het spannend wordt. Iemand die zegt: ik zie dat het niet goed gaat, zullen we dit samen oppakken?
Herstelzorg is samenhang
Wij geloven dat herstel pas echt begint wanneer eigenaarschap ontstaat over het geheel. Niet door alles over te nemen, maar door beweging mogelijk te maken. Effectieve burn-outherstelzorg begint vroeg, is mensgericht en oordeelvrij, neemt context serieus, biedt duidelijkheid en organiseert opvolging. Niet door meer regels, maar door tijdige, menselijke regie. Wij werken in het grensgebied tussen mens, organisatie en zorg. Juist daar waar het vaak stilvalt. Wij brengen taal waar verwarring is, structuur waar onzekerheid heerst en beweging waar iedereen wacht.
Herstel hoeft niet ingewikkeld te zijn, maar het moet wel worden opgepakt. Dat betekent dat de mens zich gesteund voelt om veilig te spreken, dat de organisatie haar verantwoordelijkheid neemt en dat zorg en werk elkaar aanvullen in plaats van afwisselen. Wanneer opvolging helder is, verandert het hele proces. Contact wordt weer menselijk, verwachtingen worden bespreekbaar en herstel krijgt richting.
Onze missie is eenvoudig en ambitieus tegelijk:
Zorgen dat iedereen in beweging blijft, met de juiste opvolging op het juiste moment.
Herstel begint waar ruimte ontstaat. Ruimte om te vertragen, om te benoemen wat vastliep en om het verhaal opnieuw te ordenen. Een verhaal dat wordt gehoord en opgepakt, komt weer in beweging. En een verhaal dat in beweging is, kan verder. Dat is onze visie. En precies daar maken wij graag het verschil.